2011 : Hervestiging van vluchtelingen uit Libië

De volksopstand van 2011 tegen het Libische regime bracht een massale uittocht op gang, vooral richting Tunesië en Egypte.

Onder de vluchtelingen uit Libië bevond zich een grote groep mensen uit subsaharisch Afrika, voornamelijk uit Somalië, Eritrea, Soedan en Ethiopië. UNHCR had ze als vluchtelingen erkend omwille van het gevaar dat ze liepen wanneer ze zouden terugkeren naar hun land van herkomst. Hetzelfde gold voor vluchtelingen uit Congo, waar de mensenrechten nog vaak met de voeten getreden worden.

Tijdens de onlusten riskeerden vluchtelingen en asielzoekers in Libië om zonder aanwijsbare reden vervolgd, gearresteerd of geslagen te worden. Dat trok de aandacht van UNHCR, dat meteen een wereldwijde oproep deed om ze te hervestigen.

Selectie

Naar aanleiding van de oproep van UNHCR, die ook door de Europese Commissie werd opgepikt, besliste de Belgische regering om haar tweede pilootproject toe te spitsen op de hervestiging van deze vluchtelingen. Op 24 maart 2011 besliste de federale regering om in België 25 Afrikaanse vluchtelingen te hervestigen die naar Tunesië waren gevlucht bij het begin van de Libische revolutie. Het UNHCR maakte de volgende selectie:

  • 5 families en 3 alleenstaande vrouwen van Eritrese nationaliteit;
  • 1 familie en 2 alleenstaande vrouwen van Congolese nationaliteit.

In tegenstelling tot de interventie voor hervestiging van Irakese vluchtelingen in 2009, voerden het CGVS en Fedasil dit keer geen selectie- en oriëntatiemissie uit gezien de onveilige situatie in het Tunesische vluchtelingenkamp van Shousha. IOM deed ter plaatse wel een eerste medische screening.

Reis

Met de hulp van de Dienst Vreemdelingenzaken en de Belgische ambassade in Tunesië stapten de 25 vluchtelingen op 18 juli 2011 op het vliegtuig richting België, vergezeld door de medewerkers van IOM. Bij hun aankomst op de luchthaven van Zaventem werden ze opgewacht door een delegatie medewerkers van het CGVS en Fedasil.

De vluchtelingen werd gevraagd om een correcte asielaanvraag in te dienen bij de Dienst Vreemdelingenzaken, waarna de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen hen het vluchtelingenstatuut toekende.

Opvangcentrum en opvolging

De hervestigde vluchtelingen werden ondergebracht in het opvangcentrum van Pondrôme, waar ze op hun toekomst in België werden voorbereid met taallessen en maatschappelijke oriëntatiecursussen (scholing, huisvesting, mobiliteit, enz.).

Vervolgens ruilden ze  het opvangcentrum invoor een individuele woning in Vlaanderen of Brussel, gezocht met de hulp van Caritas en Convivial. Het waren ook deze twee verenigen, gespecialiseerd in de materie, die de vluchtelingen begeleiding "op maat" boden tijdens hun integratieproces, met de bedoeling om hen uiteindelijk volledig zelfstandig te maken.

Gedurende 12 maanden verzekerde Fedasil de goede afwikkeling van die begeleidingsfase. Alle partners hebben de nodige lessen getrokken uit deze nieuwe ervaring en er een reeks aanbevelingen aan gekoppeld voor latere hervestigingsinterventies.